Adembenemende herinneringen – Verhalen uit de praktijk

Zij pakte mijn hand…
Mijn coschappen kindergeneeskunde liep ik bijna veertig jaar geleden in het ziekenhuis in Doetinchem. Het was een strenge winter. Iedere ochtend reed ik vanuit Arnhem naar het ziekenhuis. Steeds ging ik extra vroeg van huis, omdat de wegen niet altijd goed begaanbaar waren. Uit angst om vast te komen zitten, had ik voor de zekerheid een skipak en een deken op de achterbank gelegd.

In het ziekenhuis werd ik warm ontvangen door twee enthousiaste kinderartsen. Voor hen was ik de eerste coassistent en ze betrokken me overal bij. Ik liep mee op de afdeling, bij de poli en op de spoed. Ik mocht veel zelf doen, altijd onder hun oplettende blik. Als ik meeliep met de ene kinderarts, kwam de ander me regelmatig halen met de woorden: “Dit moet je zien!” Het was een heel inspirerend coschap waar ik veel heb mogen leren.

Op een middag, tegen het einde van de dag, werd een meisje binnengebracht met de ambulance. Ze was drieënhalf jaar oud. Ik zie haar nog zo voor me. Ze had een lange vlecht van dik, donkerrood haar. Haar huid was bleek, opvallend bleek. Ze had hoge koorts. Haar ouders liepen gespannen naast de brancard.

Mij werd gevraagd haar als eerste te beoordelen. Ik begon met het gesprek met haar moeder. Het meisje – Sofia – luisterde mee. Ondanks haar koorts volgde ze het gesprek aandachtig. Haar moeder vertelde dat Sofia de laatste tijd moe was geweest. Sinds een paar dagen had ze koorts, weinig eetlust en buikpijn. Die buikpijn was hevig. Die dag had ze ook gebraakt. Toen ik klaar was met de anamnese, ging ik naast haar zitten, op de rand van het bed. We maakten oogcontact. Ik legde rustig uit dat ik haar wilde onderzoeken. Dat ze niet bang hoefde te zijn. Ze keek me aan, zonder iets te zeggen.

Ik begon met de basis, mat haar bloeddruk en luisterde naar haar buik. Er waren nauwelijks darmgeluiden. Daarna wilde ik haar buik onderzoeken, en vertelde haar wat ik ging doen. Dat ik voorzichtig zou drukken om te kijken waar het pijn deed. Ik legde mijn hand op de rand van het bed. Ik aarzelde. Haar buik was gespannen, zichtbaar pijnlijk. Alles in mij zei dat dit geen gewoon onderzoek zou zijn. Dat het haar pijn zou doen. Even stelde ik het uit, een fractie van een seconde aarzelde ik, net lang genoeg om het zelf te merken. Toen pakte Sofia mijn hand. Met haar kleine handje legde ze mijn hand op haar buik. Ze keek me recht aan. Haar blik was helder, doordringend. Alsof ze wilde zeggen: toe maar, het is goed. Zonder enige twijfel.

Ze was ziek, ernstig ziek. Maar ze begreep dat dit nodig was. Dat we moesten weten wat er aan de hand was. Dat er geen tijd te verliezen was. Op dat moment was zij doortastender dan ik. Het onderzoek bevestigde het beeld van een acute buik. Een situatie die je soms ziet bij bijvoorbeeld een blindedarmontsteking. Maar dit voelde anders. De ernst, de combinatie van klachten, haar bleke kleur – het klopte niet helemaal. Ze werd snel verder onderzocht. Toen bleek dat ze een ernstige bloedarmoede had ontwikkeld.  Ze werd met spoed geopereerd.

Tijdens de operatie bleek dat Sofia een zeldzame aangeboren afwijking had: een Meckels-divertikel. Een uitstulping van de dunne darm, die in de meeste gevallen geen klachten geeft. Bij haar wel. Er was sprake van een bloeding, een gedeeltelijke darmafsluiting en een ontsteking. Het was een levensbedreigende situatie geworden. De operatie kwam op tijd.

Achteraf denk ik vaak terug aan dat moment, aan dat kleine handje dat de mijne vastpakte. Het voelt alsof zij zelf aanvoelde hoe urgent het was. Alsof haar intuïtie haar vertelde dat er gehandeld moest worden, snel. En ze heeft mij geholpen. Door mijn aarzeling te doorbreken. Door het onderzoek in gang te zetten. Door, op haar manier, de regie te nemen. Maar vooral dat handje dat mijn hand pakte zal ik nooit vergeten. Dat intuïtie niet gebonden is aan leeftijd. Dat een kind, hoe jong ook, kan aanvoelen wat er nodig is.

In de jaren daarna heb ik vaker situaties meegemaakt waarin die intuïtie een rol speelde. Moeders die zeiden: “Het klopt niet, mijn kind is ziek.” Ook als we op dat moment nog niets concreets konden vinden. Ik heb geleerd daarnaar te luisteren. Als een moeder zegt dat haar kind ziek is, dan is dat voor mij een signaal dat ik moet doorzoeken. Ook als het bewijs nog ontbreekt. Intuïtie is geen vervanging van diagnostiek, maar wel een richtingaanwijzer. Het helpt om alert te blijven. Om door te zoeken. Om niet te snel gerust te stellen.

Sofia, hoe jong ze ook was, leerde mij mijn aarzeling los te laten op een manier die geen boek kan overbrengen. Ingetogen. Direct. Zonder woorden. Soms zit de essentie in een klein gebaar. Een hand die de jouwe pakt en zegt: het is goed. Doe wat nodig is.

Marjolein Drent

STYLE SWITCHER

Header Style

Accent Color