Adembenemende herinneringen – Verhalen uit de praktijk

Boerenkool met worst was haar laatste wens
Zo vlak voor Pasen denk ik vaak terug aan een bijzondere ontmoeting tijdens mijn werk. Het is inmiddels meer dan 35 jaar geleden, toen was ik assistent interne geneeskunde.

Het was begin april, de week voor Pasen. De lente was vroeg begonnen en de bomen stonden al vol in het frisse lichtgroene blad. De dagen werden langer, er hing iets van een nieuw begin in de lucht. Die week had ik avond- en nachtdienst. Als assistent interne geneeskunde deed ik ook dienst voor de cardiologie.

Een week eerder was ik midden in de nacht bij mevrouw Smit geroepen. Ze was opgenomen met een ernstige vaatafsluiting van meerdere kransslagaders. Opereren was geen optie meer. Ze kreeg medicatie tegen de pijn, wat overdag enige verlichting gaf. Maar ’s nachts was het ondraaglijk. Door het zuurstofgebrek in haar hart (ischemie) had ze hevige pijn, die door geen enkele pijnstiller werd doorbroken. Toen ik haar kamer binnenkwam, lag ze ineengedoken op bed, kermend van de pijn. ‘Dokter, u weet niet hoe erg het is… kunt u me niet helpen? Zo wil ik niet verder.’

Overdag leek het beter te gaan. Ze bleef vriendelijk en positief, en de behandelend artsen vonden het nog te vroeg voor euthanasie. Er zou nog geen sprake zijn van ondraaglijk lijden. Maar ik zag haar ’s nachts. Nacht na nacht brak ze onder de pijn. Ze had geen directe familie meer. Jaren eerder had ze al een wilsverklaring opgesteld, waarin ze haar euthanasiewens had vastgelegd. Ik belde de dienstdoende cardioloog. Hij wilde niet komen en stelde voor het de volgende dag opnieuw in het team te bespreken. Aldus geschiedde, er werd uitgebreid over gediscussieerd. Maar zonder het gewenste resultaat. Het standpunt bleef ongewijzigd. Ook mij lukte het niet hen te overtuigen.

Een week later, opnieuw een nachtdienst, werd ik weer bij haar geroepen. Het was bijna niet om aan te zien hoe ze daar lag. Opnieuw brak ze door de zware pijnstilling heen. Ik belde de cardioloog van dienst. Hij aarzelde. ‘Wat heeft het voor zin dat ik kom?’ ‘Alstublieft,’ zei ik. ‘U moet dit zelf met eigen ogen zien. Overdag lijkt het mee te vallen, maar ’s nachts is het onmenselijk. Ik weet niet meer hoe ik haar lijden kan verlichten.’

Met hoorbare tegenzin hing hij op. Maar een kwartier later stond hij naast me. Samen liepen we haar kamer binnen. En toen zag hij het zelf. De pijn. De wanhoop. De doffe blik in haar ogen. De uitputting na zoveel slapeloze nachten. Ook hem vroeg ze: ‘Wilt u me helpen, dokter? Ik wil euthanasie. Zo snel mogelijk.’ Waar hij overdag nog twijfelde, was hij nu overtuigd. Hij ging op de rand van haar bed zitten, pakte haar hand vast en zei zacht: ‘Ik zal u helpen.’

De volgende ochtend ging het snel. Hij wist zijn collega’s te overtuigen dat verder uitstel alleen maar verlenging van haar lijden zou betekenen. Alles werd zorgvuldig in gang gezet. Ik was vooral opgelucht dat hij die nacht was gekomen. Sommige beslissingen kun je alleen nemen als je met eigen ogen ziet wat er gebeurt. Mij werd gevraagd of ik het haar wilde vertellen.

Toen ik haar kamer binnenkwam en het nieuws bracht, verscheen er een glimlach op haar gezicht. ‘Wat ben ik opgelucht,’ zei ze. Even bleef het stil. Toen keek ze me aan: ‘Maar dan wil ik dat ú het doet, dokter.’ Ik keek aarzelend naar mijn supervisor, die instemmend knikte. Het voelde als een enorme verantwoordelijkheid. Wie ben ik om iemands leven te beëindigen? Veel tijd om na te denken was er niet. En toch wist ik: ik wilde haar helpen. Ik besloot haar wens te respecteren.

Het was Witte Donderdag. Ze wilde het diezelfde avond nog, zodat ze niet nog een nacht hoefde door te maken. Ze had nog één laatste wens: boerenkool met worst, met een glaasje rode wijn. Iedereen werkte mee om het mogelijk te maken, zelfs de keuken. Ze at met smaak, zichtbaar genietend. Ze was opgewekt en vertelde dat ze een mooi leven had gehad. Ze had er vrede mee dat het nu zou eindigen.

Om acht uur ’s avonds was het zover. Buiten viel de schemering en een zacht lentelicht viel door de jonge bladeren naar binnen. Ze viel in slaap met een glimlach op haar gezicht. De volgende dag was het Goede Vrijdag. Tijdens de overdracht vertelde ik wat er was gebeurd, nog steeds onder de indruk. Euthanasie is niet iets waar ik voor wegloop. Maar het is en blijft ingrijpend. Ook voor een arts. Het is geen handeling die je zomaar verricht. Juist daarom heb ik ook begrip voor collega’s die het niet kunnen of willen.

Nog jaren later riep de geur van boerenkool met worst een bijzondere herinnering op. Een herinnering aan haar, aan die nacht, en aan de verantwoordelijkheid die ik toen droeg. Soms kan een gerecht of geur een herinnering dragen die je nooit meer loslaat.

Marjolein Drent

STYLE SWITCHER

Header Style

Accent Color